'Het begon allemaal tijdens een gymnastiekles op school. Ik kon een paar dingen niet doen, maar die docent zei dat het moest. Voor het eerst zei ik toen: 'Ho eens, ik ben hier degene met een handicap!'. Ik vond echt dat zij rekening moest houden met mij en niet andersom.
Dat was nog niet de echte ommekeer. Die kwam een tijdje later tijdens een lunch van de VSN (Vereniging Spierziekten Nederland) met andere jongeren met een niet-zichtbare handicap. Daar hoorde ik zoveel herkenbare verhalen. En dat is echt de dag geweest dat ik de knoop voor mezelf doorhakte. Mensen moeten maar rekening houden met mij en ik hoef me niet langer aan te passen aan anderen!
Sindsdien is mijn houding best sterk veranderd. Op mijn vroegere school werd ik behoorlijk gepest. Ik zit nu een tijdje op een andere school. Je krijgt dan toch weer van die flauwe opmerkingen. Meestal begint het met vragen stellen. Wat ik dan heb en zo. Bij mij zie je aan de buitenkant echt niets. Alleen als ik moe ben, kun je uit mijn manier van lopen opmaken dat ik een handicap heb.
Veel mensen denken dan ook dat ik me aanstel. Als ik met iets word geholpen, bijvoorbeeld bij handenarbeid, dan begint het gezeur. Dan zeggen ze dat het vet oneerlijk is. Ook als ze weten wat er met me aan de hand is.
Vroeger trok ik me terug en voelde ik me rot. Dat gebeurt me niet meer! Tegenwoordig zeg ik keihard dat ik een handicap heb en dat ik daar niets aan kan doen. Ik trek me niets meer aan van wat anderen zeggen. Dat was ook zo met het paardrijden. Ik heb eerst altijd fysiotherapie gehad. Nu rijd ik paard als therapie op revalidatiecentrum Groot Klimmendaal. Daar krijg ik soms ook weer rare reacties op. Wat ik daar dan doe. Ik kan toch ook gewoon gaan paardrijden?
Ze zoeken het maar uit. Ik kan veel beter aan mezelf denken. En al die stomme lui links laten liggen. Wie nu nog een rotopmerking maakt en stom doet over mijn handicap, krijgt van mij te horen: 'Jammer voor jou dan'.